25 april 2007

Veiling WiMax licenties aanstaande

Tegen de herfst van dit jaar zal de overheid de WiMax licenties voor Nederland veilen. Er schijnt vanuit de operators grote belangstelling te zijn om dergelijke licenties te bemachtigen. Of de storm net zo hard waait als tijdens de UMTS veiling betwijfel ik, maar er staat wel weer iets te gebeuren. Ook het kabelinvesteringsvehikel van Casema/Athome/Multikabel schijnt een gooi te willen doen.

WiMax is in grote lijnen vergelijkbaar met de uitgangspunten van WiFi (draadloos internet), maar heeft een veel groter straalgebied, denk aan een aantal kilometers per WiMax antenne. Hierdoor wordt de techniek interessant om te kijken naar brede regionale of zelfs landelijke dekking. WiMax zal net als UMTS/HSDPA van toegevoegde waarde zijn bij snelle mobiele data overdracht en onderweg kunnen internetten. Ofwel een zeer interessante techniek om te volgen.

Intel heeft reeds bekend gemaakt veel van haar notebooks met WiMax functionaliteit uit te rusten en niet met 3G (ofwel UMTS/HSDPA). Een grote gok of een vooruitziende blik. Ik zet in op het laatste....

07 april 2007

Prijsverschil bellen naar voicemail

Vaak wordt in de groot zakelijke markt een keuze gemaakt tussen KPN en Vodafone als aanbieder, dit vanwege de te verwachten netwerk kwaliteit. Bij een beoordeling van beiden aan de hand van de gesprekstarieven is het verstandig ook de kosten voor het bellen naar voicemail mee te nemen, iets wat vaak vergeten wordt.

Bellen via KPN Business Select naar voicemail wordt afgerekend als bellen naar een mobiele aansluiting (€ 0,12 per minuut). Bellen via Vodafone In Business naar voicemail wordt daarentegen afgerekend als bellen naar een vaste aansluiting (€ 0,08 per minuut). Daarbij rekent KPN een starttarief van € 0,057 en Vodafone € 0,03.

Een berekening.
Veel voicemail gesprekken hebben een korte duur (is er geen bericht of er wordt 1 bericht afgeluisterd). Stel we nemen een gespreksduur van 30 seconden. Bij KPN dient € 0,06 + € 0,057 = € 0,117 afgetikt te worden. Bij Vodafone kost exact hetzelfde gesprek € € 0,04 + € 0,03 = € 0,07. Bij alleen al dit ene gesprek is KPN ruim 65% duurder!

Om een goede gesprekskosten vergelijking te kunnen maken is elektronische factuurinformatie (met gebelde nummers) onontbeerlijk. Uit deze factuurinformatie kan het aantal gesprekken naar voicemail en de gespreksduur inzichtelijk worden gemaakt. Uiteindelijk kan KPN bij een totale gesprekskostenvergelijking voordeliger uit de bus komen dan Vodafone op basis van het belgedrag.

Uiteraard dient de aansluitbonus en de netwerk korting van de leverancier altijd meegenomen te worden in de beoordeling, maar hier dient niet blind op te worden gestaard. Doe ook altijd een gesprekstarief controle en kijk of het specifieke belgedrag van uw bedrijf wellicht veel voordeel biedt bij een specifieke provider.

02 april 2007

Innovatief: Office Hours van Orange

Zeer recent heeft Orange de dienst Office Hours geïntroduceerd. Met Office Hours wordt het mobiele belverkeer dat plaatsvindt tussen 08:00 en 18:00 afgekocht voor 49 Euro per maand per aansluiting. Er geldt een fair use policy van max. 1000 minuten naar Orange nummers (en bij een mantelcontract dus ook collega's) én max. 1000 minuten naar overige vaste en mobiele nummers. Buiten kantooruren bedraagt het tarief 10 cent per minuut, met een starttarief van 6 cent. Ook het bellen naar voicemail is in de kantooruren gratis. Belangrijkste voordeel is dat Office Hours per individuele aansluiting kan worden afgenomen en daarbij uiteraard vooral interessant is voor veelbellers.

Een mooi product van Orange en zeker het vermelden waard voor veelbellers in vooral het MKB segment. Voor bedrijven buiten de randstad (om het maar even heel breed te nemen) verdient het altijd nog aanbeveling om de dekking van Orange te toetsen aan het werkgebied van de medewerkers. Orange heeft, zeker "in house", nog altijd een iets mindere dekking dan KPN en Vodafone.

De rekentool die Orange zelf op de website heeft gezet om de dienst te promoten is wel erg summier en wat mij betreft zelfs misplaatst. Net als bij de berekening van het BEP voor afkoop onderling verkeer van collega's (zie een eerdere post) is het raadzaam een b-nummer controle uit te voeren voordat wordt overgegaan op een constructie zoals Office Hours. Hierbij dient de referentieperiode voldoende lang te zijn gelet op de hoogte van het "afkoopbedrag". Let daarbij tenslotte ook op het feit dat voor internationaal verkeer en dataverbruik separate bundels moeten worden afgesloten en dat niet meer "alles uit 1 bundel" geldt (zoals bij een aantal andere business bundels van Orange).

Provider, dealer, MVNO of reseller?

De organisaties die ik adviseer vragen mij wel eens waar de mobiele abonnementen het beste ingekocht kunnen worden. Nu heb ik zelf geen standaard voorkeur. Er zijn diverse opties met elk hun voor- en nadelen. Hieronder een korte opsomming van de belangrijkste mogelijkheden:

Provider (direct sales)
In dit geval worden de abonnementen rechtstreeks bij de telecomprovider ingekocht. Voordeel is veel expertise over het eigen portfolio en praktijkervaring bij veel klantcases. Nadeel is de beperkte keuze (slechts 1 leverancier). Financieel gezien is inkopen bij een provider soms lucratief, maar zeker niet altijd (men dient tenslotte de eigen omvangrijke sales organisatie te financieren). Let bij financieel interessant ogende deals altijd zeer goed op de voorwaarden die providers stellen (bijvoorbeeld minimaal belvolume, uitsluiten van gebruik van simboxen etc.).

MVNO (direct sales)
Een MVNO (virtuele netwerk operator) is in dit voorbeeld te vergelijken met een provider. Een MVNO heeft geen eigen netwerk, maar koopt in grote getale belminuten en data verkeer in bij 1 of meerdere providers. Het bel- en dataverkeer wordt onder eigen contracten (en via eigen simkaarten) doorverkocht. Vaak heeft een MVNO eigen Account Managers in dienst. Nadeel is dat MVNO's onderhandelen met providers en dus een (tijdelijke) voorkeur kunnen ontwikkelen. Voordeel is dat MVNO's soms meerdere netwerken kunnen bieden (met switch mogelijkheid), regelmatig onderscheidend prijsvoordeel bieden en zeer doelgroep gericht te werk gaan. Bekende voorbeelden van MVNO's zijn Debitel en Tele2 Mobiel, maar er zijn er vele die vaak de consument als belangrijkste doelgroep hebben.

Reseller
Een afwijkende groep aanbieders vormen de zogenaamde resellers. Resellers kopen in tegenstelling tot MVNO's geen belminuten in maar contracten. Resellers hebben een mantelcontract met een provider (meestal KPN Business Select) en verkopen de contracten door aan hun eigen klanten. Resellers hebben in de regel geen eigen simkaarten., maar factureren vaak wel zelf. Nadeel bij deze leveranciers is dat zij volledig afhankelijk zijn van hun provider (en deze is ze vaak liever kwijt dan rijk omdat ze als provider rechtstreeks klantcontact missen). Voordeel is dat resellers vaak hun klantsegment goed kennen en van daaruit meerwaarde bieden. Financieel gezien is een reseller vooral interessant voor kleine(re) bedrijven omdat ze van de schaalgrootte van het mantelcontract van de reseller kunnen profiteren. Bekende resellers zijn Dekatel en Galaxy, maar ook diverse brancheorganisaties, zoals Groentel, fungeren als reseller om zo collectief voordeel voor hun leden te kunnen bieden. Resellers hebben vaak geen eigen direct sales organisatie maar maken gebruik van een dealer netwerk of een eigen communicatiekanaal met telefonische helpdesk.

Dealer (indirect sales)
Een (telecom)dealer verkoopt abonnementen van 1 of meer providers en krijgt hiervoor een bonus per afgesloten abonnement. Voordelen zijn een vaak brede keuze (meerdere leveranciers) en lokale ondersteuning. Nadeel is dat dealers werken op basis van een bonusstructuur (met alle gevolgen van dien, denk bijvoorbeeld aan advies wat neigt naar de provider met de hoogste bonus). Dealers roepen in de regel onafhankelijk te zijn, maar in de praktijk zet ik hier dus grote vraagtekens bij. Vraag een dealer ook eens naar de bonus die hij krijgt en wat hij zelf verdient. Een + voor dealers is dat zij hun klanten meestal goed kennen en van daaruit mee kunnen denken (ze creëren hiermee uiteraard gelijkertijd een degelijke "customer lock in" voor zichzelf).

Voor de wat grotere organisaties (vanaf ca. 50 aansluitingen) kan het zeer de moeite waard zijn om een aanbesteding of RFP uit te laten gaan. Aan wie het RFP verstuurd wordt dient mede afhankelijk te zijn van het hierboven uitgewerkte leverancierschema. Bij het gebruik van de juiste criteria en wegingsfactoren en een keuze voor een aantal van elkaar verschillende leveranciers wordt in de regel (financiële) meerwaarde gerealiseerd.

Externe expertise inhuren is vaak zinvol, mits deze onafhankelijk is. Externe ondersteuning loont vaak omdat de expert een juiste vertaalslag kan maken van de eigen wensen in relatie tot de mogelijkheden bij de leverancier en de voor de RFP benodigde basisinformatie (denk bijv. aan het belprofiel). Daarnaast kan een objectieve beoordeling van de biedingen (vergezeld van een markttoetsing) financieel gezien interessant zijn. Vraag de externe partij wel altijd naar het "terugverdienmodel".